Predikantenpraatje Predikantenpraatje

Uit het Kerkvenster van september 2017

In de afgelopen jaren heeft u vast wel bemerkt dat Israël een belangrijke plaats inneemt in mijn denken. In mijn studententijd heb ik van Prof. Hasselaar geleerd dat de kerk geen kerk kan zijn zonder Israël. Heel lang heeft de kerk dit wel gedacht. Men ging zelfs nog een stap verder en meende dat Israël had afgedaan als Gods volk en dat de kerk daarvoor in de plaats gekomen was omdat de Joden Jezus verworpen hadden en erger nog, de Zoon van God vermoord hadden.
Dit denken is, misschien wel iets afgevlakt, helaas nog steeds aanwezig in de kerk. Als het in sommige kerken over de Joden gaat, dan gaat het vaak alleen maar over wat zij nu in Israël de Palestijnen aandoen. Voor de rest geldt dat waar de Joden vroeger werden bestreden, zij nu vaak worden doodgezwegen. Voor veel mensen in de kerk is het Jodendom een achterhaalde zaak. Je merkt dat vooral aan de manier waarop de Bijbel gelezen wordt. In veel kerken gaat men staan bij de lezing uit het tweede Testament. Als er al uit het eerste Testament gelezen wordt dan blijft men zitten. Evangelisatiegroepen verspreiden Bijbels die alleen het tweede Testament bevatten, zelfs gerenommeerde organisaties als de Gideons doen dit. Voor veel mensen is het tweede Testament het ware en het eerste niet meer dan een soort inleiding. Je hoort het mensen ook nog wel eens zeggen dat het in het eerste Testament gaat over allerlei oorlogen, maar dat het tweede Testament de liefde verkondigt. Dat is niets nieuws onder de zon, want in 150 leefde er al een man genaamd Marcion, die het hele eerste Testament wilde afschaffen omdat dit ging over de boze Schepper-God, en alleen het tweede Testament overhield, want daarin openbaarde de God van de liefde zich. De kerk heeft dit als ketterij verworpen, maar deze gedachten sluimeren nog steeds bij de mensen. En vaak is men zich er niet eens van bewust.
Een Bijbel waarin driekwart van het boek wordt weggelaten is geen Bijbel. Sterker nog, het eerste Testament is ook het primaire Testament, want dit is het boek waar Jezus uit preekte, dat Hij uitlegde aan zijn leerlingen, je zou kunnen zeggen dat het eerste Testament het Bijbeltje van Jezus is. Professor van Ruler noemde ooit het tweede Testament het verklarend woordenlijstje bij het eerste Testament. Dat is een rake typering, want wat in het tweede Testament gebeurt, is dat Jezus en Paulus voortdurend de Schriften van het eerste Testament uitleggen. En al die teksten over de liefde die wij zo typerend vinden voor het tweede Testament zijn citaten uit het eerste Testament.
Het eerste Testament delen wij met Israël, of misschien beter hebben wij van Israël ontvangen. We kunnen dit alleen maar lezen als een Joods boek en zullen daarbij onze eigen cultuur naar de achtergrond moeten schuiven. Een mooi voorbeeld daarvan is het aalmoezen geven, oftewel aan liefdadigheid doen. Bij ons is dat een soort gunst die wij verlenen aan arme drommels. We kunnen goede doelen zelfs aftrekken van de belasting. Het geeft ons een goed gevoel als we een ander kunnen helpen en we verwachten dan ook dankbaarheid voor onze gunsten. Letterlijk staat er echter voor aalmoezen geven dat je gerechtigheid doet. Dat is een sleutelwoord in het eerste Testament en van daaruit ook in het tweede. Het is geen gunst die jij verleent aan een arme, maar is een recht van de arme! Gerechtigheid moet daar gedaan worden waar de balans is verstoord. En die balans kan alleen door de rijke weer worden hersteld. Als er een arme op de weg van de rijke komt, dan is de rijke verplicht om te geven aan de arme. Zo zijn de spelregels van Gods Koninkrijk. En daarmee wordt het geven van een gift heel wat anders dan aan liefdadigheid doen, het wordt meewerken aan de bouw van Gods Koninkrijk. Dan moet het ook meer zijn dan een gift, het moet een offer zijn.
Zo zijn er zoveel voorbeelden te geven van hoe anders we de Bijbel gaan lezen als we dat op deze manier doen. Het gaat allemaal veel meer de diepte in en de verhalen uit het tweede Testament krijgen veel meer betekenis door het te lezen vanuit het eerste. Lezend in het eerste Testament ga je soms ineens ook begrijpen dat de woorden van Jezus iets heel anders betekenen dan je aanvankelijk dacht. Want als je in het eerste Testament steeds leest dat de geboden van God moeten worden gedaan omdat dat de wil van God is, dan werpt dat een heel ander licht op de woorden van Jezus in Getsemané. Niet mijn wil geschiede, maar de uwe, is de bereidverklaring van Jezus om zichzelf opzij te zetten en te doen wat de Vader vraagt. Het is dus niet iets passiefs, laat maar gebeuren wat u wilt laten gebeuren, maar ik zal doen wat u vraagt! Datzelfde geldt ook voor de bede in het onze Vader “Uw wil geschiede”. Ook dat is niet dat wij passief maar alles over ons heen laten komen wat er gebeurt, maar actief, wij zullen Gods wil doen, dat wil zeggen leven met zijn geboden.
Gaandeweg ben ik meer dankbaar geworden voor wat ik bij prof. Hasselaar heb meegekregen en voor wat ik bij de Joodse gemeenschap ben gaan begrijpen. Het is een verrijking van mijn leven.

Gerard Geitenbeek

 

terug